juli 2015

Jaloers

Tijdens één van de vele filosofische discussies met Jess werd de vraag gesteld of "men" wel eens jaloers was. Ik weet dat ik toen gezegd heb, dat ik geen jaloersheid kende. Blijkt niet helemaal waar te zijn. Eigenlijk ben ik jaloers op die grote schaakcomponisten uit het verleden. En vooral op die componisten, die met een minimum aan materiaal een maximum aan inhoud en idee naar voren wisten te brengen.

Wenen 1873

Ongetwijfeld kunnen we de 19e eeuw als de gouden periode van het romantische schaaktijdperk betitelen. Eigenlijk liep die periode van 1851 tot laten we zeggen het uitbreken van de 2e wereldoorlog. Streed men in het begin van de 19e eeuw nog om geld in obscure koffiehuizen in Londen en Parijs, vaak onder het afdingen van een voorgift, aan het eind van de eeuw had het toernooi vaste voet aan de grond gekregen en reisden profs, halve profs en liefhebbers door Europa en de Verenigde Staten, om elkaar te bekampen.