'Kotov, I presume ?! ”

Het zal na de oorlog zijn geweest toen Euwe in Moskou op weg was naar een toernooi. Zijn gids en chauffeur was niemand minder dan de Russische grootmeester Alexander Kotov. Kotov was een sterke na-oorlogse schaker, tikkeltje ijdel, zelf verzekerd. Maar voor één ding had Kotov geen gevoel: Richting en Verkeer. Hij reed dan ook sterk onhandig door het Moskouse verkeer(d) Reed verkeerd, twijfelde, kortom dit viel op een gegeven moment een Moskouse agent op. De auto en zijn inzittenden werden aangehouden. Kotov wilde zo snel mogelijk weer op pad, anders zouden ze te laat komen. Hij vertelde de agent, wijzend op Euwe, dat hij de oud wereldkampioen schaken bij zich had en dat men op weg was naar een toernooi. De agent was onvermurwbaar. Het gesprek duurde voort en Kotov werd al ongeduriger. Tenslotte vroeg de agent; “Dat mag dan wel meneer Euwe zijn, maar wie bent U eigenlijk ?” “Kotov”, antwoordde Kotov. “Oh, dan mag U doorrijden”, sprak de agent, dit tot verbazing van de twee in de auto. Op de vraag waarom ze nu door mochten rijden sprak de agent: “Ik heet ook Kotov”.
(Kotov, het equivalent van Jansen in het Russisch ?)

Euwe en Kotov heb ik nog gezien tijdens het 50 jarig jubileum van de schaakvereniging Caissa in Hoorn (1972) Er werd een grote simultaan gegeven met 3 simultaangevers. Euwe, Kotov en Withuis. Ik had er wat voorover gehad als ik tegen Euwe of Kotov had kunnen spelen. Helaas het werd Withuis. Maar die kon er ook wat van. Het werd een lange avond. Uiteindelijk was iedereen klaar. Alleen Kotov had nog een taaie tegenstander. Arie Tonneman had een potremisestelling gekregen tegen de Rus. Kotov greep een stoel en zette zich pontificaal tegenover Tonneman. “Zo, kom nou maar eens op mannetje”, moet hij gedacht hebben. En U begrijpt het al, met tientallen toeschouwers om het bord en de Russische grootmeester tegenover hem, bezweek Tonneman onder de druk en verloor dus uiteindelijk nog.

was getekend; Pietbull