Wiener Schachcafé

Eén van de meest intrigerende tekeningen siert de cover van het schaakboek van Hans Ree: “Wat één kracht, wat een gratie !” Wat zien we, twee heren van meer dan middelbare leeftijd die in diep gepeins gebogen zijn over een schaakspel. De tekenstijl is die van de zogenaamde “klare lijn”. Hergé, (George Remy) de tekenaar van Kuifje is misschien wel de meest bekende van de klare lijn tekenaars. In ons land valt Joost Swarte daar heel duidelijk onder. De tekening verder bestuderend zie je dat het eigenlijk praktisch een onmogelijke situatie is. De rechter figuur zit zeker zwaar in de problemen, want hij zit, diep voorover gebogen, met zijn handen in het haar. (Wat is jouw karakteristieke denkhouding ?) Hij leunt met zijn linker elleboog op de schaaktafel.

De “zwartspeler”(?) zit met één opgetrokken been achter het bord, zijn hand om zijn enkel. Van beide stoelen is slechts 1 poot zichtbaar. We mogen aannemen, dat de poot van de linkerfiguur achter zijn been verscholen zit. Dat been zit trouwens op een vreemde manier onder de schaaktafel, rechts van de tafelpoot. En dan de linkerelleboog, die helemaal aan de rechterkant op het hoekveld leunt. Een onmogelijke houding ! Als één van beide heren zou opstaan zou de tafel misschien kunnen kantelen. En dan natuurlijk toch altijd even de schaakvelden tellen. Met heel veel moeite (en fantasie) kom ik tot 8 bij 8, maar als iemand 8 bij 7 zou zeggen zou ik het ook geloven. Leuk detail is natuurlijk de toeschouwers, die buiten het café de partij aan het volgen zijn. Eén van hen heeft zelfs een kladblok bij zich, waarop hij de zetten noteert.

was getekend... niet door mij !!

piet pensioen