Een beetje van dit en een beetje van dat


Een beetje van dit en een beetje van dat
Vorige maand schreef ik over het fenomeen retrograde analyse. Behalve dat heeft het schaken nogal wat varianten voortgebracht die soms een stille dood zijn gestorven en in sommige gevallen nog springlevend zijn. Er moet dan soms nog wat aan de spelregels en/of voorwaarden worden gesleuteld om het voor het huidige publiek interessant te houden. Een fenomeen op zich is het probleemschaak, dus mat geven in een beperkt aantal zetten. Persoonlijk heb ik dat altijd een wat gekunstelde vorm gevonden, o.a. vanwege de vaak absurde materiaalverhoudingen. Natuurlijk zijn de gebruikte thema's interessant, maar als ik een diagram zie met weer eens zo'n vreemde materiaalverhouding, haak ik spontaan af.
Vanaf het moment dat ik me voor schaken interesseerde vond ik de partijfragmenten veel leuker om te bestuderen. Misschien omdat je patronen tegenkomt die ook in de eigen partijen voor (kunnen) komen. In Schaakmagazine zoals die nu in elkaar zit, is de rubriek Combineren van Karel van der Weide een goed voorbeeld.

Uit de rubriek van oktobernummer van dit jaar komt de nevenstaande stelling met als enige hint: Wit aan zet. Ziet u de oplossing? Als u een beetje van combineren houdt, is de oplossing niet zo moeilijk. Niet het voor de hand liggend 1. Th8+, want dan loopt de koning via f7 weg. Maar het veel dwingender 1. Tg7+. Er volgt dan 1. ... Kxg7 2. Dh7 mat.

Nog eentje uit hetzelfde nummer van Schaakmagazine. Ook voor deze geldt: Wit aan zet. Ook hier is de oplossing niet zo moeilijk. Je begint met 1. f8D+. Na 1. Dxf8 volgt 2. Dg6 mat. Na 1. Thxf8 volgt 2. Dg6+ Kh8 en 3. Dh7 mat.

Een ander fenomeen waarvan wordt aangenomen dat met de komst van internet en de steeds sterker wordende schaakprogramma's, het geruisloos zou verdwijnen is het correspondentieschaak. Maar niets daarvan, vergeet het maar, het is nog springlevend. Meerdere topschakers (recentelijk ook bijv. Erwin l'Ami) gebruiken deze vorm van schaken om diepgravende analyses uit te voeren en zo het schaken verder te onderzoeken.


Met dit fenomeen hebben mijn oudste broer en ik ons in de tweede helft van de jaren zestig ook een tijdje bezig gehouden met enig succes. In 1968 deden wij mee aan een toernooi van de NBC (Nederlandse Bond van Correspondentieschakers) dat toen erg door hen werd gepromoot. We hadden wel een tijdje getwijfeld of we daar wel aan mee moesten doen, maar een leuke anekdote die toen de ronde deed trok ons over de streep.
Je zetten deed je namelijk per briefkaart, en het was (soms, als de stelling zich ervoor leende, bijv. in de opening) gebruikelijk dat je de beoogde volgende zet ook al aangaf. Het schijnt dat een speler ooit het volgende had gedaan: Hij schreef: Mijn zet is g7-g6 en mijn volgende zet op alle mogelijke zetten van wit wordt: Lf8-g7. Zijn goocheme tegenstander speelde toen na g7-g6 de zet Lc1-h6, om na Lf8-g7 te vervolgen met Lh6xg7! Einde partij derhalve. Erg flauw natuurlijk, maar wel vermakelijk. Of het ook echt gebeurd is? Geen idee...
Er is nog een partijtje bewaard gebleven uit dat toernooi dat ik u niet wil onthouden. Wij hadden wit, de naam van de tegenstander weet ik niet meer.
Dat partijtje verliep als volgt:

1. e4 Pf6 2. e5 Pd5 3. c4 Pb6 4. d4 d6
5. f4 dxe5 6. fxe5 Pc6 7. Le3 Lf5 8. Pc3 e6
9. Pf3 Le7 10. d5 exd5 11. cxd5 Pb4 12. Pd4 Dc8?!
13. Lb5+ c6 14. 0-0! P6xd5 15. Pxd5 Pxd5 (diagram)
16. Pxf5! Pxe3 17. Pxg7+! Kf8 18. Dh5 Pxf1 19. Txf1 Lc5+
20. Kh1 Dd7 21. Lc4 en opgegeven

Want na 21. Kxg7 volgt 22. Txf7+ Dxf7 23. Dxf7+ Kh6 24. Df6+ Kh5 25. Le2 mat. Andere zetten verliezen ook, de koning kan niet meer ontsnappen.

Tot de volgende maand,
Gerrit van Oostrum

Reacties

Vanuit Leuven zou ik tegen iedere schaakstudent (jong of oud) willen zeggen: Neem die combinatie rubriek van die lange v.d. Weide door, daar word je slagvaardiger van !!!