Een stukje vertier?

Toen we nog jong waren (en mooi) gingen we op zondag regelmatig naar het Zuid-end. Daar woonden onze Opoe en de ooms. Neef Nico speelde dan dammen tegen Oom Piet en ik moest het opnemen tegen Ome Cor. De sterkste dammer, Ome Lou was al uit huis. Ook werd er wel geschaakt, Ome Dirk was een tijd lid geweest bij Schaakmat.

We moeten ons wel bedenken, dat er geleefd werd in een tijd zonder televisie en ook radio programma's werden matig beluisterd. Een beetje vertier werd dus gevonden in dammen, schaken, kaarten of een puzzel in elkaar leggen. Ik werd hier nog weer eens mee geconfronteerd toen ik begon met lezen in het dagboek van Bob (Isidor) Trijbetz. Deze Joodse onderduiker vertoefde vanaf juli 1942 tot het eind van de oorlog op een boerderij aan de Groenedijk. En onderduiken betekende echt zorgen voor een zo laag mogelijk profiel. Niet denken dat je even op de fiets naar de Waard kunt, of even een wandeling maken Groenedijk, Kerkweg, Veenhuizerweg of zo. Nee, het was in huis zitten, soms even naar buiten naar de koeienstal, of even in de boomgaard. En altijd op de quivive voor "toevallige" passanten. Het leven bestond voor Bob voornamelijk uit vroeg opstaan, de kachel opporren, en later piepers jassen, wortels schrappen, melk karnen en plotseling onder het bed duiken of in de kast als er onverwachts visite kwam. Niet iedereen was te vertrouwen.

In de avonduren werd er gepraat, een kaartje gelegd of een puzzel in elkaar gezet en meestal was het rond 10 uur "in de koes". Het dagboek van Bob Trijbetz is in zijn geheel door Albert Klomp (lid van de s.v. in de jaren 70) uitgewerkt, van kommentaar en foto's voorzien. Voor wie geinteresseerd is, het boek is te bestellen via klomp165@kpnmail.nl. (kosten 25 euro) Ik ben nog niet ver gevorderd in het bijna 500 pagina's tellende boek, dus ik weet niet of Bob in zijn verdere verblijf aan de Groenedijk ook nog tot een potje dammen of schaken heeft gebracht.

was getekend piet m konijn