Boekbespreking 10


Boekbespreking 10
Zoals de vorige maand al aangekondigd, wederom een boekbespreking en wederom is de Nederlandse taal samen met mijn boekenkast de inspiratiebron. Het wordt echter niet het door mij beoogde boek, daarover in een latere column, maar een fraai boekje uit 1985 dat weldegelijk met schaken van doen heeft. Het heet: "Hartversterkende schimscheuten" en is voor de rechtgeaarde schaakliteratuurliefhebber een must. Het is een selectie van artikelen van diverse schakers/schrijvers van het roemruchte blad Schaakbulletin uit de eerste 15 jaren dat dit magazine werd gepubliceerd.
Ik kan mij nog herinneren dat mijn broer Henk en ik op een toernooi (ik weet echt niet meer welk toernooi dat was, want wij reisden stad en land af om elke week wel ergens een toernooitje te spelen), ergens in 1968 voor het eerste kennismaakten met dit blad en met beide oprichters. Dat waren Wim Andriessen en Frits Hoorweg die een aantal toen aansprekende namen wisten te strikken om hun medewerking hieraan te geven. Niet iedereen was daar direct even enthousiast over, getuige de woorden die Alexander Münninghoff in dat eerste nummer hieraan wijdde, al klinkt er ook wel wat bewondering in door:
"Geen enkel nummer vermag zozeer de sfeer van die zomer in 1968 oproepen als dit aimabele vod, samengesteld door een paar jongens in Wageningen die van hun gezond verstand nog niet wisten en met een omslag van gerecycled pleepapier, waarop Wim Andriessen met onverhuld nepotisme een familielid op slordige wijze met een schaakbord had laten dollen."
En inderdaad, het bord is aan stukken geknipt en ligt ook nog eens verkeerd om. Het eerste nummer vermeldt in de colofon als samenstellers Andriessen en Hoorweg en als medewerkers Hans Ree, Theo van Scheltinga, Piet Bakker, Rag de Graaff, Piet van der Weide, Paul Boersma, John van Baarle en Paul Mertens. Vanaf nummer 6 werd die opsomming gewijzigd in "onder anderen Hans Ree en Hans Bouwmeester". In de navolgende jaren groeide het blad uit tot een blad met internationale allure met medewerkers als Donner, Timman, Sosonko, Böhm en vele buitenlandse topspelers.
Maar goed, terug naar het boekje, hierin valt o.a. een artikel op van Lubomir (Lubosh) Kavalek (inmiddels 77 jaar oud), een geboren Tsjech die zoals zoveel voormalige Oostblokschakers zijn heil in de Verenigde Staten is gaan zoeken. Het bewuste artikel gaat over doublures.
De bekendste doublure staat op naam van Jan-Hein Donner. Tegen Carel van den Berg verloor hij twee keer op identieke wijze. Het ergste was nog wel dat de een 13 en de ander slechts 14 zetten telde! Dat en meerdere wanprestaties, vaak afgewisseld met brijante prestaties, waren voor Tim Krabbé mede aanleiding om een boekje te schrijven over de vaak korte en onbegrijpelijke verliespartijen van Donner.
Maar in het artikel van Kavalek in Schaakbulletin gaat het over doublures van hemzelf, meestentijds ook verliespartijen. De partij die hij daarin bespreekt gaat over een winstpartij tegen Capelan uit het toernooi in Solingen 1974. Hij volgt daar een flink eind de partij Spasski - Capelan, die eerder in dat toernooi werd gespeeld en ook door de witspeler werd gewonnen. Ik laat hier de partij volgen zonder het uitgebreide commentaar van Lubosh, zie daarvoor blz. 80 t/m 84 in dit boekje.
Wit: Lubomir Kavalek

1. e4 c5
2. Pf3 e6
3. d4 cxd4
Zwart: Capelan

4. Pxd4 a6
5. Ld3 Lc5
6. Pb3 La7


7. De2 Pc6
8. Pc3 d6
9. Le3 Lxe3


10. Dxe3 Pf6
11. 0-0-0 0-0
12. f4 Dc7
13. Thg1 en hier volgt de wijze waarop Spasski Capelan versloeg en ook een terugblik op Spasski's overwinning op Gerusel een jaar eerder in Dortmund met dezelfde opening.
13. ... b5
14. g4 b4
15. g5 Pe8
16. Pa4 Tb8
17. e5 dxe5
18. Tdf1 g6
19. Pac5 exf4
20. Txf4 Pe5
21. Le2 a5
22. Pxa5 Dxa5
23. Dxe5 Dxa2
Zie diagram hiernaast
Kavalek gaf zelf aan dat zijn volgende zet niet de beste was. Hij beveelt de zet 24 Tgg4 aan, met de dubbele dreiging Th4 en Txb4.
24. Tg3 Tb6
25. Td3 La6
26. Pd7 Lxd3
27. Lxd3 Td6
28. Pxf8 Td5!
en de witte aanval stopt,
hij moet weer van voor
af aan beginnen!
29. Db8 Kxf8
30. Dxb4+ Pd6
31. h4 e5?
een fout(je)
32. Da4 Dxa4
33. Txa4 Kg7
34. Le4 Td4?
weer een fout(je)
35. Txd4 exd4
36. Ld5 h6
37. Kd2 hxg5
38. hxg5 f6
39. Kd3 Pf5
40. b4 fxg5
41. b5 Pe7
42. Lg2 Pc8
43. Kxd4 Kf6
44. Kc5 Ke5
45 c4
en opgegeven door zwart
Uit dit boekje en uit Schaakbulletin is nog veel meer moois te halen. Sommige artikelen zijn opgenomen in andere bloemlezingen, zoals de overwinning van Donner op Velimirovic, Havana 1971, u weet het vast nog wel. Voor diegenen die niet weten waarover ik het heb volgt hier de liefdesverklaring van Donner voor zijn randpion:
Lieve pion op a5. Mooi klein ding, randpion ben je, niet meer dan één veldje mag je bestrijken. Je bent zo klein, bijna niets en je hebt de hele partij daar op je plaatsje gestaan, maar al de tijd was mijn hoop op jou gebouwd en al mijn angsten en hunkeren was voor jou. Ik zag je wel, zoals je daar stond, kleine bengel. De mensen dachten natuurlijk dat het om de pion op b5 ging, hij trok hun aandacht, ja ze keken allemaal naar hem, maar jij en ik wisten het wel, het ging om jou, om jou en jou alleen. Je hebt gewacht, stouterd, je hebt je niet opgedrongen, want je wist dat ik al die tijd alleen aan jou dacht, en dat je niets hoefde te doen, want dat ik vanzelf wel bij je zou komen. Kleine randpion, je bent nu vrij. Ga je gang, op a8 wacht jou en mij de onuitsprekelijke heerlijkheid. Heb mijn dank, lief klein ding. Ik heb je lief.

je Koning

En met deze opmerkelijke verklaring van Donner voor zijn randpion stop ik er mee voor deze maand.
Uw scribent/schrijver d6,
Gerrit van Oostrum