Boekbespreking

Het kon niet uitblijven, maar via Hans de Jong ben ik weer de nodige schaakboeken rijker geworden. Nee, ze kwamen niet bij Hans vandaan, (hij had ze uit) maar hij was benaderd door een mevrouw uit Alkmaar die de verzameling van haar overleden man wilde wegdoen en weggooien zonde vond. En terecht. Eerst kijken wat er tussenzit en daarna kan er alsnog het nodige naar HVO of de papierman. Ik zat overigens nog steeds met een aantal boeken van Peter Vogelenzang, maar daar zaten erg veel boeken bij met Engelse notatie en ja, zelfs Russische boeken. Dus die heb ik inderdaad maar bij het oud papier gezet. Levert een aardig gewicht op. Natuurlijk vraag je jezelf wel eens af of je het ook nog op een andere manier kan gebruiken. Het enige wat me te binnenschoot was toiletpapier in tijden van schaarste.

Het ordenen van een Schaakbibliotheek is niet mijn sterkste kant. Daarom ben ik wel eens jaloers op de mooie kast bij Wim Driessen, waar alles keurig netjes geordend plank voor plank staat. Alle deeltjes van Matten staan op volgorde en in het gelid. En smetteloos. Bij mij is er eens een glas rode wijn omgevallen vandaar dat enkele deeltjes rood verkleurd zijn.

In het op tafel liggende boek van Lev Psachis ontdekte ik een partij van Alvis Vitolins. Psachis roemde de vindingrijkheid van deze Let, dus thuis maar even gegoogeld. Vitolins geboren in 1946 en zelfmoord gepleegd in 1997. Hij leed aan schizofrenie. Genialiteit en gekte grenst dicht aan elkaar!

Het is overigens opmerkelijk dat er nog steeds zo veel boeken over schaken (kunnen) worden gepubliceerd. Je zou denken alles is al een keer aan de orde geweest. Niets daarvan ! Voor grootmeesters is het zeker ook een interessante bron van inkomsten, terwijl zij daarbij een deel van hun schaakkennis tentoon kunnen spreiden.

Op de foto het grootste (dikste) en kleinste schaakboekje dat ik bezit. Met die Polgar word je niet alleen schaaktechnisch sterker, maar 20 keer met een gestrekte arm opheffen en je krijgt biceps als een bokser.

Pieterpad

p.s. Het kleine boekje heet "Der kleine schachspieler" van P. Andressen en is een herdruk uit 1854. Het boekje meet 12,5 bij 9 cm. en heeft 138 pagina's. De dikke Polgar werd uitgegeven in 1994, telt 1104 pagina's en meet 30,5 bij 22 cm. De diagrammen zijn ongeveer net zo groot als de helft van het kleinste boekje.