Gevonden in mijn boekenkast


Gevonden in mijn boekenkast
Ja, onze Pieterpad heeft weer eens iets losgemaakt. Bestuursleden hun boekenkast overhoop laten halen voor een leuk artikeltje op de site.
Ik heb inmiddels vrij veel boeken staan, maar deze, Oordeel en plan van onze eigen, enige wereldkampioen Max Euwe, heeft een speciaal plekje bij mij. Het was het eerste echte schaakboek nadat ik de beginselen had geleerd (uit een boekje van Slavekoorde). Het leuke voor mij is, dat het in mijn geboortejaar is uitgegeven. Bijzonder maakt dat mijn exemplaar een van de allereerste moet zijn geweest. Waarom ik dat denk? Kijk maar naar de volgende foto. Dit exemplaar is ooit aangeboden ter recensie, dus moet het er eentje zijn uit de eerste druk!
De foto hiernaast is een uitsnede van de eerste pagina. Dit is in elk geval niet het exemplaar dat ik ooit had, dat was een latere druk en ligt nu bij mijn broer. Dit exemplaar, ik weet werkelijk niet meer hoe ik hier de hand op heb kunnen leggen, maar dat maakt voor dit artikeltje niet zoveel uit. Het gaat uiteraard om de inhoud.
Ooit heb ik geprobeerd een medeclublid, op zijn eigen verzoek, wat algemene strategie bij te brengen. Bij die poging heb ik geprobeerd hem ervan te doordringen dat je jezelf eerst moet ontwikkelen, dus de stukken niet in hun eentje er op uit sturen. Dat deed hij nogal eens, soms met succes maar meestal niet.
Ik heb hem dit boek laten zien en we hebben er ook wel wat uit besproken, en hij begon daarna wel wat minder onbesuisd te spelen. Toen onze sessies stopten verviel hij weer snel in zijn eigen spel. Dat vond ik toen, en nu nog, toch wel jammer.
Doch dit geheel terzijde, terug naar mijn boekbespreking. Het boek is ingedeeld in 10 hoofdstukken met heel veel voorbeelden. Ik pik er eentje uit, uit hoofdstuk 8, dat het begrip sterke velden behandelt. In deze stelling zeggen we dat e4 een sterk veld is.
Wit heeft daar een paard geposteerd. Waarom noemen we dit een sterk veld en aan welke eisen moet een veld voldoen om zo genoemd te worden? Euwe definieert hiervoor drie eisen, te weten:
  1. Het veld moet buiten het bereik zijn van vijandelijke pionnen;
  2. Het veld moet in de nabijheid van de vijandelijke stelling liggen;
  3. Men moet in staat zijn om ten aanzien van dat veld een zeker overwicht te doen gelden, dat vroeg of laat tot een effectieve bezetting van dat veld leidt.
In het licht van deze kennis kunnen we zeggen dat wit al een groot voordeel heeft, hij bezet immers dat sterke veld al! Het oordeel is dus gauw klaar. Nu het plan nog. Euwe omschrijft dat als volgt: "Hoe te profiteren van de sterke positie van het paard? Wel, men onderneme actie, waarbij het sterk staande stuk is betrokken en houden één of meer acties in het oog, waarop de aanvaller gemakkelijker kan overschakelen dan de verdediger."
De partij verliep als volgt: 1. c4 dekt de vrijpion op d5 en legt de zwarte c-pion vast, zodat deze niet bij een eventuele aanval naar c4 kan ontwijken.
1. ... Taf8
4. Dg4 Tff8
7. Tb4 b5
2. Le3 h6
5. Lxh6 Pxc4
8. Tg3 Tc7
3. Tb5 Tc8
6. Tc1 a6
9. Lxg7 en wint
Immers, na Dxg7 volgt De6+
Wat heeft dit alles met het paard op e4 te maken? Welnu, in de eerste plaats bemoeilijkt het paard de verdediger door het bestrijken van de velden f6 en g5 en niet te vergeten door de aanval op Ld6 waardoor de zwarte dame eigenlijk maar voor de helft actief kan zijn. Ten derde werkt het paard mee aan de druk op pion c5 waarmee enkele zwarte stukken aan hun plaats zijn gebonden. Tenslotte dekt hij ook nog veld f2. U ziet dat het paard zelf niet veel doet, maar toch een cruciale rol speelt vanaf zijn prachtige, sterke veld e4!
Terug naar het begindiagram, waaraan de drie eisen voor het sterke veld woorden getoetst. Het witte paard staat buiten bereik van de zwarte pionnen (punt 1, het is zelfs buiten bereik van de zwarte stukken). Verder ligt het veld in de nabijheid van de zwarte stelling (punt 2), en ook doet wit een zeker overwicht op veld e4 gelden (punt 3). Dit overwicht is gebaseerd op tal van factoren, o.a. de afwezigheid van de witveldige loper van zwart maar vooral op de sluiting van de e-lijn voor zwart door pion e5.
Tot zover Oordeel en Plan, ik denk dat ik nog wat verder ga zoeken, want er staat nog heel wat moois in de (rommelige) boekenkast!
Dus tot het volgende boek!
Gerrit (volgens Pieterpad Grote G)