Het wonderjaar

Er is waarschijnlijk geen jaar waarin zoveel "grote" schakers geboren zijn als het jaar 1951. Nemen we allereerst de schrijver dezes ! (Ha, ha) 12 april 1951. Maar nu even serieus de volgende grootmeesters zijn allemaal van dat jaar. Ik geef ze op volgorde. Anatoli Karpov, 23 mei, Guyla Sax, 18 juni, Ulf Andersson, 27 juni, Zoltan Ribli, 6 september, Raphael Vaganian, 15 oktober, Eugenio Torre, 4 november, Jan Timman, 14 december. Allemaal grootmeesters en Karpov en Timman op een bepaald moment zelfs de nummers 1 en 2 van de wereld. Wie zal dit wonderjaar verklaren ? Wat zat er in de lucht ? Wat zat er in het eten en het drinken van de vaders en moeders ?

Al speurende heb ik één jaar gevonden, dat een goede gooi doet naar de 2e plaats. Het is 1911. Wie komen we in de wieg tegen ! Harry Golombek, 5 maart, Sandor Lilienthal, 5 mei, Alberic O'Kelly de Galway, 17 mei, Michael Botwinnik, 17 augustus, en tenslotte Samuel Reshevsky, 26 november. Niet slecht.

was getekend Pietjebel51

Reacties

Als 1951 het wonderjaar is, waarom dan een foto gebruikt van twee (sterk schakende) clubgenoten die in 1952 zijn geboren?
Is dat voor sv HHW misschien een wonderbaar? Wie het weet mag het zeggen

Ja, het is duidelijk dat Piet en de grote G. te laat waren. Jammer, jammer....