De oorsprong van openingsnamen


De oorsprong van openingsnamen
Nu even geen Friese pad avonturen, maar een onderzoekje dat ik al heel lang heb willen doen, namelijk naar de herkomst van namen van een schaakopening en dan als eerste de verwijzing naar een land. Steden en namen van personen komen misschien ook nog wel eens aan bod. Ook partijen zijn makkelijk te plaatsen, denk alleen maar aan "de parel van Zandvoort" die dus hoogstwaarschijnlijk niet in Haarlem of Amsterdam gespeeld zal zijn. Hoewel Zandvoort tegenwoordig ook wel aangeduid wordt als Amsterdam aan Zee. Alles voor het toerisme nietwaar?!
Nee, vroeger was echt niet alles beter, maar wat schaken betreft wel veel leuker. Hiernaast zie je de omslag van het boekje Romantisch Schaak, geschreven door Haije Kramer, een Nederlandse topspeler uit de jaren '50 en '60. In die tijd speelde men bij voorkeur gambieten, maar meer daarover misschien in een volgende column. Men was toen vooral bezig met een gezellig potje schaak, bij voorkeur in een koffiehuis. En dan met echte koffie en een lekkere pijp tabak erbij, dus wel iets anders dan de koffiehuizen van nu, de coffeeshops.
Ter zake, ik wilde u graag laten delen in mijn kennis omtrent de oorsprong van schaakopeningsnamen, en dan als eerste landsnamen. Er is een flink aantal openingen vernoemd naar het land waar de bewuste zettenreeks voor het eerst werd gespeeld. Of het werd gespeeld door één of meerdere personen die de zettenreeks heeft/hebben bedacht en uit dat bewuste land afkomstig is/zijn.
Een aantal is gemakkelijk te herleiden naar de oorsprong. Het Spaans bijvoorbeeld wordt in veel landen, vaak Spaanssprekend, vernoemd naar de waarschijnlijke bedenker hiervan, namelijk Ruy Lopez. Hij schreef al in de 16e eeuw een boek over deze opening. Ook het Italiaans is zo'n oude opening die al werd beschreven in het eerste Italiaanse schaakboek. Dat staat op naam van ene Pedro Damiano en is gedateerd in 1512, dus in dezelfde eeuw waarin Ruy Lopez het Spaans beschreef.
Bekende Italianen die zich van deze opening bedienden waren o.a. Polerio (1550 - 1610), Greco (1600 - 1634) en Del Rio (1718 - 1802). Deze twee zijn wel de oudste openingen die zijn beschreven. Wat dat betreft is het Siciliaans een goede derde. Een priester uit Sicilië, ene Pietro Carrera, speelde dit als eerste, ergens in de 17e eeuw. Dat was de aanleiding voor een Brit, genaamd Sarratt, om deze verdediging Siciliaans te noemen.
Om de volgende namen te achterhalen kwam ik uit in de 19e eeuw. In die tijd werd het correspondentieschaak populair. Enkele van deze onderonsjes hebben ertoe geleid dat er nieuwe namen werden bedacht. Het Schots bijvoorbeeld, kreeg deze naam omdat het werd gespeeld tijdens een correspondentiepartij tussen Londen en Edinburgh van 1826 tot 1828. Ook het Frans kent zo'n oorsprong, de naam werd aan de opening gegeven na een correspondentiepartij tussen Londen en Parijs, gespeeld in 1834.
Midden 19e eeuw kwamen de flankspelen in zwang, te beginnen met het Engels. Dit werd zo genoemd omdat diverse Engelse topspelers uit die tijd zich er van bedienden. De bekendste hiervan is ongetwijfeld Howard Staunton. Een man waar een apart artikel aan gewijd zou kunnen worden, o.a. vanwege zijn benadering van zijn medeschakers in die tijd. Misschien later een keertje. Ook het Hollands stamt uit die tijd. Het werd aanbevolen door een zekere Elias Stein (1748 - 1812) als beste antwoord op 1. d4. Stein was weliswaar een geboren Fransman, maar woonde een groot deel van zijn leven in Den Haag. Eerst werd deze opening naar hem vernoemd, maar al snel daarna naar zijn vestigingsland. Het Russisch, bedacht en in praktijk gebracht door o.a. Petrov en Jaenisch, kenmerkt zich door de directe tegenaanval op e4. Dus na 1. e4 e5 2. Pf3 geen Pc6 te spelen, maar 2. ... Pf6. Het wordt in meerdere landen dan ook Petrovs defence genoemd.
Dan bestaat er een groepje openingen die niet specifiek naar een land zijn genoemd, maar naar een groep landen. Voorbeelden zijn Scandinavisch en Slavisch. Het Slavisch is een variant op het geweigerde damegambiet dat als belangrijkste kenmerk heeft dat c7-c6 al op de 2e zet wordt gespeeld. Het Scandinavisch kenmerkt zich door na 1. e4 direct d5 te spelen, en heeft dus geen specifiek land als referentiepunt. Dat heeft het Deens wel, maar dat wordt ook wel het Middengambiet genoemd. Zettenreeks: 1. e4 e5 2. d4 cxd4 3. c3. Dit kan ontaarden in zelfs 2 pionoffers als zwart daarop in wil gaan. Men zie: 3. ... dxc3 4. Lc4 cxb2 5. Lxb2. Ik heb dit ooit, in een grijs verleden, wel eens gespeeld. Gewoon, voor de lol! Nog een gambiet, het Lettisch dat zijn oorsprong vindt in Letland waar de reeds genoemde Jaenisch het promootte. Dat bereik je door na de zetten 1. e4 e5 2. Pf3 de zet f5 te spelen. Als je dit een zet later speelt, dus na 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3.Lb5 f5 wordt het naar Jaenisch vernoemt.
Het Indisch is een verzamelnaam geworden van alle spelen die als gemeenschappelijk kenmerk de beginzetten 1. d4 Pf6 hebben. Het wordt gerekend tot de hypermoderne systemen die pas in de 20ste eeuw populair werden. Verder zijn er nog een paar obscure openingen waarin de zetten op zich niet vreemd zijn, maar wel het moment waarop zij worden gespeeld. Bijvoorbeeld het Portugees. Met 1. e4 e5 2. Lb5 valt het veld van het paard dat eventueel naar c6 wordt gespeeld aan. Het idee is dat de f-pion vrij wordt gelaten om deze eventueel snel op te kunnen spelen. Na bijv. 2. ... Pf6 vervolgt wit met 3. De2?! Een eindje terug in dit stukje maakte ik gewag van openingen die hun naam danken aan correspondentiepartijen tussen steden van diverse landen. In dat rijtje past ook het Hongaars (1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Le7?!). Ergens halfweg de 19e eeuw is deze zet geïntroduceerd in een correspondentiepartij tussen Parijs en Pest. In deze opsomming mag het Pools niet ontbreken. Door na 1. d4 te antwoorden met b5 speelt zwart in op het sentiment dat wit hem na zo'n zet niet voor vol aanziet.
Sommige openingen hebben meerdere aanduidingen die soms ook een land of landsstreek benoemen. Voorbeeld: Het Pruisisch, dat beter bekend staat als het 2-paardenspel in de nahand. Het Joegoslavisch, beter bekend als Pirc of Ufimchev. Catalaans, IJslands Gambiet of Peruaans Gambiet passen ook in deze lijst. Ik zal met deze opsomming nog best wel wat zijn vergeten, maar aanvullingen zijn uiteraard welkom. Behalve naar landen zijn veel openingen vernoemd naar personen en/of plaatsnamen. Dat geeft beduidend meer stof dan dit artikeltje, maar wie weet doe ik het toch nog een keertje.
Uw Friese columnist
Gerrit van Oostrum