De zwanenzang van een gambietspeler


De zwanenzang van een gambietspeler
       
Dit is het verhaal van een schaker die heel graag gambieten speelde. Zijn naam is bij de redactie bekend, maar voor het verhaal zullen we hem Bent noemen. Voor het geval dat u dat mocht denken, het gaat niet om Bent Larsen, want zover mij bekend was dat geen gambietspeler. En het is ook geen familie! Bij hem kwam wel het damegambiet af en toe op het bord, maar dan de geweigerde variant. En dan is het eigenlijk geen gambiet meer.
Maar goed, Bent hield dus van gambieten. Daarvan zijn er heel veel, maar slechts enkele die vandaag de dag nog regelmatig worden gespeeld. Het al gememoreerde damegambiet is daarin de absolute koploper, hoewel het dus slechts zelden een echt gambiet wordt. Met de d-pion worden er sowieso niet zoveel gespeeld, hoewel het Blackmar-Diemergambiet (1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3) af en toe nog op de borden komt. Er zijn nog wel een paar gambieten bekend die met de d-pion beginnen, maar dan door zwart gespeeld. Bijvoorbeeld het Boedapester-gambiet (1. d4 Pf6 2. c4 e5 3. dxe5 Pg4) of het Wolga - of Benkögambiet (1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 b5). Een echte witte raaf is het Albins tegengambiet (1. d4 d5 2. c4 e5) maar zoals gezegd worden deze gambieten niet zo vaak gespeeld. De meeste gambieten voor de witspeler openen met de e-pion en Bent opende altijd met de e-pion, dat kwam hem dus goed uit. Hij had tegen elk zwart antwoord wel een gambiet klaarliggen, variërend van het aloude Koningsgambiet (1. e4 e5 2. f4) tot de meest wilde varianten zoals bijvoorbeeld het Göring-gambiet (1. e4 e5 2. d4 exd4 3. c3 dxc3 4. Pxc3).
De tijd schrijdt voort, en met het klimmen der jaren werd hij steeds vaker verrast door zijn tegenstanders die zich vaak minutieus hadden voorbereid op zijn gambieten. Mede daardoor liep hij steeds vaker tegen een nederlaag aan. Maar zijn favoriet, het Morra-gambiet (1. e4 c5 2. d4 cxd4 3. c3), heeft hij nog lang gespeeld. Totdat een onverlaat ook daarop een remedie gevonden dacht te hebben door niet 3. ... dxc3 te spelen, maar met 3. ... d3 de gambietpion direct terug te geven. Het spel wordt daardoor wezenlijk anders.
Hierbij een voorbeeld van hoe hij het Morra-gambiet graag speelde. Het komt uit 1992 en hoewel zwart het hier en daar wel wat sterker had kunnen spelen is het een fraaie aanvalspartij geworden.
Bent (wit) - NN [wel bekend, maar nu even niet] (zwart)
1. e4 c5
3. c3 dxc3
5. Pf3 Pc6
7. 0-0 a6
9. e5 0-0
2. d4 cxd4
4. Pxc3 e6
6. Lc4 Lc5
8. Lf4 Pge7
 
Na bijvoorbeeld Pg6 volgt simpel Lg3.
10. Pe4! La7?  
Hier staat de loper niet goed, bijv. 10. ... Pg6 11. Lg3 Le7 was een veel betere optie geweest.
11. Lg5 Dc7 Zie diagram hiernaast
12. Pf6+! gxf6
16. Dg4+! Pxg4
13. Lxf6 Pf5?
17. Pe7+ Kh7
14. Pd4! h6
18. Ld3 mat
15. Pf5 Pe5
 
Dat was een klinkende, snelle, overwinning! Maar ja, na die genoemde weigering van het gambiet door niet op c3 te slaan maar d3 te spelen, of door een andere zwarte opstelling te kiezen, ging de lol er wel vanaf. Temeer omdat hij op die varianten geen goed antwoord had en dus vaker verloor. Mede daardoor ging de sjeu er voor hem een beetje vanaf. Toen hij de onderstaande partij verloor, vond hij het welletjes.
Bent (wit) - NN [liever niet bekend] (zwart)
1. e4 c5
3. c3 dxc3
5. Pf3 g6
2. d4 cxd4
4. Pxc3 Pc6
 
Misschien is dit een betere manier om tegen het Morra-gambiet te spelen. In deze partij ging dat in elk geval goed.
6. Lc4 Lg7
8. h3?
7. e5!? Ph6!
 
Dit is tempoverlies.
8. ... 0-0
10. exd6 Pf5!
9. Lf4 d6!
11. dxe7 Dxe7+
Zie diagram hiernaast
12. De2?  
(beter is Le2, al staat zwart na Pfd4 duidelijk beter)
12. ... Db4!
16. Pe4 Da4!
20. De2 Le4
13. Ld2 Pfd4
17. f3 Pc2+
 
14. Pxd4 Pxd4
18. Kf2 Pxa1
 
15. Dd3 Lf5
19. Txa1 Tad8
 
En opgegeven door Bent, een (nare) ervaring rijker.
Dit was meteen de laatste keer dat hij een gambiet heeft gespeeld. Niet lang daarna verhuisde hij naar Friesland naar een dorpje dichtbij Bolsward. Hoe heet dat dorpje dan, zult u vragen. Treffender kan het haast niet, want het heet Exmorra!
Uw Friese fantast,
Gerrit van Oostrum